Betere kwaliteit van leven
Kleinschaligheid of een andere teamsamenstelling in verpleeghuizen; dat zorgt op zich niet voor een betere kwaliteit van leven van bewoners. Echt verschil ontstaat pas als we dingen anders gaan dóén.
Kwetsbare ouderen willen ergens wonen waar ze zich thuis voelen. En waar ook de zorg aansluit bij hun levensgeschiedenis, voorkeuren en behoeften en bij wat ze nog zelf kunnen… Betekenisvol contact met naasten behouden is ook belangrijk en wederkerigheid in de zorgrelatie.
Zorg beschikbaar houden voor zoveel mogelijk mensen vraagt om actie
In veel organisaties zijn hier al tal van goede initiatieven voor gestart. Enerzijds gericht op persoonsgerichte en relatiegerichte zorg. Mooie voorbeelden hiervan zijn de sociale benadering, de mens als mens zien, meer focus op positieve gezondheid en aandacht voor welbevinden, eenzaamheid en welzijn.
Tegelijkertijd zien we dat de zorg complexer wordt en de vraag naar professionele zorg ondersteuning toeneemt. Hierin wordt gezocht naar oplossingen rondom eigen regie en eigen waarde, samenspel met familie of mantelzorg, inzet van slimme hulpmiddelen of zorgtechnologie. samenwerking met de buurt of externe instanties. Aanvullend en verrijkend op de inzet van zorgprofessionals.
Een ingewikkelde puzzel en geen standaard proces
Helaas is er geen gouden standaard te geven waarlangs te handelen en het proces in te richten. Dit verschilt sterk per persoon, per team, per situatie en per afdeling. Hoe bespreek je dit dan met elkaar?
Geïnspireerd door de schijf van 5 van de Zorgboog voor de thuiszorg, hebben we samen met meerdere zorgteams een schijf van 5 voor intramuraal ontwikkeld. Een leidraad voor het gesprek tussen de bewoner, mantelzorg en de zorgprofessional om anders samenwerken te stimuleren. Wat draagt bij aan kwaliteit van leven, zingeving en welzijn? En wat geeft de medewerker meer ruimte en werkplezier?
Leidraad voor het gesprek om anders samenwerken te stimuleren
Dit begint met wat de persoon in kwestie zelf belangrijk vindt. Vragen zoals: wat is voor mij van waarde, wat wil ik zelf blijven doen en waar heb ik hulp bij nodig, wat vind ik wel en niet leuk, wanneer voel ik me nuttig of trots, wat vind ik fijn om met familie te blijven doen?
Vervolgens wordt gekeken welke hulpmiddelen of technologie hieraan ondersteunend zijn.
Met familie/mantelzorg/vrienden wordt gekeken hoe de connectie met het gewone leven en wat je gewend bent om samen te doen, zo veel mogelijk in stand gehouden kan worden. En welke afspraken tussen familie/mantelzorg/vrienden en het zorgteam gemaakt kunnen worden. Ditzelfde geldt voor bestaande of nieuwe verbindingen met de buurt, of ondersteuning vanuit externe instanties.
En tot slot wordt de professionele ondersteuning vanuit de zorgprofessional besproken.
Gedeelde zorg en zorgen
Tot nu toe is de feedback positief. De leidraad, veelal gekoppeld aan de halfjaarlijkse zorgleefplanbespreking, wordt als gelijkwaardig ervaren en maakt de veranderingen die op de zorg afkomen bespreekbaar. Vanuit een gedeelde zorg en zorgen praat het makkelijker over behoeften, wensen, verwachtingen en mogelijkheden. Dit creëert ruimte voor kansen.
Bij nieuwe bewoners kun je de leidraad makkelijker oppakken en bij bestaande bewoners is het meer aftasten. Ook valt op dat wandelganggesprekken met betrokkenen een andere lading krijgen, hetgeen ten goede komt aan de onderlinge samenwerking, gemaakte afspraken en waar nodig tijdig bijsturen.